van de voorzitter

Hartslag

Hartslag

Elke wielrenner die zijn trainingsopbouw een beetje serieus neemt houdt zijn hartslag nauwkeurig in de gaten.  Zo ook uw voorzitter.  De hartslag bij het wakker worden wordt steeds lager, behalve op 30 maart. Op tijd wakker en een hartslag alsof er de hele nacht in D3  is getraind.  Nerveus dus.  Na bijna een jaar voorbereiding staat de eerste echte officiële openingstocht van WV Bedum vandaag op het programma.  Vooral afzeggingen de afgelopen dagen van fietsers die wel geïnteresseerd zijn, maar andere verplichtingen hebben.  Staan er straks nog geen  5 fietsers aan de start of misschien wel meer dan 20?  Dat zou mooi zijn voor de eerste keer.  Om een paar minuten voor één fiets ik naar onze startlocatie. Ik tel 22 fietsers (m/v) en mijn hartslag daalt weer naar rustniveau om daar de hele dag niet meer vandaan te komen. Mijn dag kan niet meer stuk. Prachtig weer, heerlijke koffie met een appelpunt bij ’t Zielhoes en een geweldige club fietsers.

Twee dagen later nadert de hartslag van uw voorzitter echter weer een kritische grens. De eerste officiële training onder de bezielende tucht van Nick Bronsema en Bert Huizinga staat op het programma (echt waar op 1 april) .  Geen hoge hartslag wegens zorgen over de opkomst deze keer. Integendeel, want  3/4 van het totale ledenbestand van inmiddels bijna 40 fietsers stond te popelen om hun talenten verder te ontwikkelen.  Het was nu de naderende verzuring tijdens de D3 training die het hart van uw voorzitter tot een onbetamelijk hoog ritme opzweepte.  Nooit gedacht dat een minuut zo lang kon duren als je je benen met een onmogelijke opdracht opzadelt, of zo snel voorbij was als je even mocht schuilen achter je voorganger.  Ik weet het zeker:  met deze training gaat  uw voorzitter de  Tour de France ( voor oude grijsaards) winnen (tenminste als de alpencols op polderhoogte zijn gebracht).

Jij en U

Jij en U

Vroeger (voor sommigen; heel vroeger) vond ik dat ik wel aardig kon fietsen. Ik won zelfs nog wel eens een wedstrijd en ook op de vermaarde Corpuswielerbaan in Groningen ging mijn voorwiel nog wel eens als eerste over de streep. Soms had ik zelfs de indruk dat er met respect werd gesproken door de concurrentie “let op die vent op de blauwe fiets, als hij gaat, moet je er bij zijn” . Het is al bijna 20 jaar geleden dat ik voor het laatst meedeed om de prijzen. Tijdens het lokaal wereldberoemde criterium in Nijkerkerveen boekte ik mijn laatste overwinning. Twee kinderen van ongeveer 10 jaar oud schreeuwden hun papa (die toen al de Froomeleeftijd was gepasseerd) naar de overwinning.  Jij kunt aardig fietsen zeiden de verliezers om hun eigen prestatie toch ook nog enig aanzien te geven.

Het respect in het peloton is gebleven, maar heeft andere vormen aangenomen. “Fietst u al lang” wordt er beleefd gevraagd. Ik kijk om mij heen. Bij niemand in mijn directe omgeving past de aanspreektitel “u”. “Ongeveer 45 jaar”, antwoord ik dan maar.  “Oh”, is de enige verbale reactie die volgt en de jonge knul die mijn kleinzoon had kunnen zijn, gaat heel sociaal voor mij fietsen om mij uit de wind te houden.   Nou ja sociaal, tot het plaatsnaambordje aan de horizon zichtbaar wordt. Hij versnelt, kijkt achterom en ziet dat “u” nog steeds in zijn wiel zit. Hij versnelt nog een keer en kijkt weer achterom. “U” moet lossen.

Als “jij” in het peloton “U” is geworden, ga je langs de kant staan om je kinderen naar de overwinning te schreeuwen
en
word je voorzitter van een wielervereniging.